Izegem, gekend voor zijn borstels, schoenen en Karel Declercq. Maar natuurlijk ook van zijn kwarttriatlon. Al jaren een vaste waarde op de kalender en sinds dit jaar ook een soort van thuiswedstrijd voor mij. 

De wedstrijd zelf is niet helemaal op mijn lijf geschreven, maar daar gingen we ons eens niets van aantrekken.  ‘s Morgens stond het zwemonderdeel op het programma, in de namiddag de fiets- en loopproef.

Om 10 uur gingen we van start voor de 1500m zwemmen. Gemotiveerd om er iets van te maken lag ik mooi in het midden van het pak. Mijn start verliep niet super, maar al snel kon ik een stevig tempo handhaven. Vooral het moment dat ik clubgenoot Bert Vergote kon oversteken, gaf me vleugels. De vier koplopers kreeg ik niet meer te pakken, maar een vijfde plaats op een minuutje van de koplopers is voor mij zeker niet slecht. 

Om 15 uur mocht ik dan ook als vijfde vertrekken richting mijn fiets. Toen ik bij mijn fiets aankwam was Kasper Lagae er ook al. Nochtans vertrok hij een zevental seconden achter mij. Maar in kledij pijlsnel aan- en uitdoen is hij niet te kloppen. Dat kwam voor mij dan natuurlijk goed uit want zo kwamen we samen uit de wisselzone en hadden we onmiddellijk een kloofje geslagen met de atleten die net achter mij uit het water waren gekomen. Daar zaten clubgenoten Hannes en Bert bij, maar ook wat rechtstreekse concurrenten voor mij. Daarom besloot ik niet te wachten op hen. 

Het fietsonderdeel was 45 km lang, verdeeld over 3 ronden. Ik voelde onmiddellijk dat ik goede fietsbenen had. Samen met Kasper had ik het minuutje achterstand al weggewerkt in één ronde. Met vijf gingen we de tweede ronde in: Kasper, clubgenoot Jasper Sabbe, Hannes Callebout, Sven Vandenbroucke en ik. In de tweede ronde ging ik mij wat rustiger houden, om dan hopelijk in de derde ronde een kloofje te kunnen slaan. 

Tot nu toe verliep alles perfect, zeker toen Hannes moest afhaken. We waren nog met vier, waaronder drie clubgenoten. Top! Bij het begin van de derde ronde demarreerde ik een eerste keer, Sven ging gezwind mee. Ik besloot om het nog eens te proberen enkele kilometers verder. 

Toen, na een lange kopbeurt van Sven, ging ik nogmaals aan. Er zat snee op en ik kon onmiddellijk een gaatje slaan. Mijn ploeggenoten bleven natuurlijk zitten. Ik was weg! Komaan, een tandje bij en blijven stampen. Ik keek nogmaals achter mij en zag tot mijn grote verbazing Sven zonder moeite het gaat weer dichten. Dat was een domper. Want een serieuze kloof ging ik niet meer kunnen uitbouwen. 

Met vier gingen we dan ook de laatste wisselzone in. Daar kan ik nog leren van de anderen, want ik mocht onmiddellijk beginnen lopen met een achterstand. Ik liet het echter niet aan mijn hart komen en voelde dat ik direct een strak tempo kon lopen en vasthouden. Heel anders dan in Jabbeke zat er nu wel snee op. Mijn drie medevluchters kon ik niet bijhouden, maar in de achtergrond kwamen ze niet meer terug, integendeel zelfs. 

Zo werd ik tevreden vierde. Jammer genoeg bezetten we met de ploeg de 2de tot en met 6de plaats. Maar de winnaar was gewoon sterker. Proficiat Sven! 

Kasper Lagae heb ik niet kunnen kloppen. Maar voor de liefhebbers een foto van enkele jaren terug. Toen ik hem wel nog kon kloppen in Izegem. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *